ECLI:NL:HR:2014:887

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2014
Publicatiedatum
10 april 2014
Zaaknummer
13/04303
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Alkmaar werd behandeld. Het geschil betrof een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in bestuursrechtelijke belastingzaken.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering van het oordeel.

Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Schaap, van Loon en Groeneveld op 11 april 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

11 april 2014
Nr. 13/04303
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 25 juli 2013, nrs. 12/00658 en 12/00659, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank te Alkmaar (nrs. AWB 12/259 en AWB 12/261), betreffende het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 29 november 2013, nr. 12/04301, ECLI:NL:HR:2013:1361, BNB 2014/5, onderdeel 3.3.2).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2014.