ECLI:NL:HR:2014:909

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
15 april 2014
Zaaknummer
12/05484
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437.2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van verdachte wegens ontbreken schriftuur houdende middelen van cassatie

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Echter zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en stelt vast dat het ontbreken van de schriftuur houdende middelen betekent dat het beroep niet ontvankelijk kan worden verklaard.

Daarom verklaart de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.

Uitspraak

15 april 2014
Strafkamer
nr. S 12/05484
SG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 november 2012, nummer 22/002339-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2014.