Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
15 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens handelen in strijd met artikel 197 van Pro het oude Wetboek van Strafrecht. In cassatie klaagt de verdachte dat het hof niet heeft vastgesteld of de stappen van de terugkeerrichtlijn zijn doorlopen. De Hoge Raad bevestigt dat bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op grond van art. 197 Sr Pro de rechter moet nagaan of de terugkeerprocedure is gevolgd en dit moet motiveren.
In het bestreden arrest ontbreekt deze toetsing en motivering, waardoor het middel van cassatie gegrond wordt verklaard. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.
De rest van het cassatieberoep wordt verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 15 april 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.