Uitspraak
1.De vordering van de Procureur-Generaal
2.De raadkamer
3.Beoordeling van het verzoek
4.Beslissing
11 april 2014.
Hoge Raad
De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot ontslag van een rechterlijk ambtenaar van de rechtbank Limburg op grond van artikel 46i van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). Het verzoek is gebaseerd op langdurige arbeidsongeschiktheid die ongeschiktheid tot het verrichten van de functie veroorzaakt.
In het onderzoek in raadkamer is vastgesteld dat de rechterlijk ambtenaar gedurende twee jaar onafgebroken ongeschikt is geweest en dat herstel binnen zes maanden na deze periode niet te verwachten is. Tevens is vastgesteld dat duurzame re-integratie in eigen of passende arbeid binnen een redelijke termijn niet mogelijk is.
Beide partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen het ontslag en hebben hun standpunt niet in raadkamer toegelicht. De Hoge Raad oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en spreekt het ontslag uit per 1 mei 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad spreekt het ontslag uit van de rechterlijk ambtenaar per 1 mei 2014 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.