Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Rotterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
In haar instemmingsverklaring heeft de gedragswetenschapper de dossierstukken opgesomd die Bureau Jeugdzorg haar ter beschikking had gesteld voor het onderzoek. Op grond van feiten en bevindingen uit dat dossier en een gesprek met [verzoeker] is de gedragswetenschapper tot de slotsom gekomen dat aan de maatstaf van art. 29b lid 3 Wjz is voldaan.
Het verzoek om toekenning van een schadevergoeding heeft het hof afgewezen. Daartoe heeft het hof als volgt overwogen:
Deze gronden houden in (p. 3 van de beschikking) dat het in beginsel aan de gedragsdeskundige is te beoordelen welke informatie zij bij de beoordeling betrekt en dat de door haar buiten beschouwing gelaten stukken wel aan de rechtbank zijn overgelegd zodat de kinderrechter daarvan kennis heeft genomen.
4.Beslissing
18 april 2014.