ECLI:NL:HR:2014:960

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2014
Publicatiedatum
22 april 2014
Zaaknummer
13/00533
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 34 WahvArt. 365a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs voor lichamelijk letsel bij verzet tegen politie

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had de verdachte veroordeeld voor verzet tegen politie waarbij een opsporingsambtenaar lichamelijk letsel zou hebben opgelopen. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring van het lichamelijk letsel en de strafoplegging.

De Hoge Raad oordeelde dat uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de opsporingsambtenaar daadwerkelijk lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder) heeft opgelopen. Hierdoor is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het eerste middel van het cassatieberoep werd verworpen, het tweede middel gegrond verklaard.

De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het betreft de bewezenverklaring van het lichamelijk letsel en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 22 april 2014.

Uitkomst: Arrest vernietigd voor bewezenverklaring lichamelijk letsel en strafoplegging, zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

22 april 2014
Strafkamer
nr. 12/00533
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 8 oktober 2012, nummer 21/002015-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verbeterde lezing van de bewezenverklaring van feit 2 in de zaak met parketnummer 05/701726-11, tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen over feit 1 in de zaak met parketnummer 05/703186-10 en de strafoplegging, tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] "enig lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder)" heeft bekomen.
3.2.1.
Ten laste van de verdachte is in de zaak met parketnummer 05/703186-10 onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 02 juli 2010 te Zevenaar, toen de aldaar dienstdoende verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1], beiden hoofdagent van politie, verdachte op verdenking van het overtreden van een of meer (verkeers-)overtredingen (inrijden in strijd met een geslotenverklaring en het niet voldoen aan een vordering als bedoeld in artikel 34 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften), op heterdaad ontdekt, hadden aangehouden en vastgegrepen, teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een politiebureau te Arnhem, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin voornoemde opsporingsambtenaren hem verdachte trachtten te geleiden en door een of meer schoppende bewegingen te maken, ten gevolge waarvan de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] enig lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder) bekwam."
3.2.2.
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen in de aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv.
3.3.
Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte zich met geweld heeft verzet "ten gevolge waarvan de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] enig lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder) bekwam", niet kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
3.4.
Het middel is terecht voorgesteld.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 05/703186-10 onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 april 2014.