Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
22 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor verduistering van circa 5500 euro uit de kluis van de eigenaar van een restaurant waar hij als werknemer werkte. Het bewijs bestond onder meer uit verklaringen van twee getuigen die stelden dat verdachte had toegegeven geld te hebben ontvreemd.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van deze getuigen onbetrouwbaar waren en dat het Hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het van dit standpunt was afgeweken. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid, tweede volzin Sv niet in het bijzonder de redenen had gegeven voor de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde verweer van de verdediging.
De Hoge Raad concludeerde dat dit verzuim nietigheid tot gevolg heeft en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. Hiermee is het oordeel van het Hof niet in stand gebleven en dient het bewijs en de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen opnieuw te worden gewogen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.