Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
22 april 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 16 oktober 2012. De verdediging, vertegenwoordigd door mr. G. Spong, heeft middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de president G.J.M. Corstens, met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, en uitgesproken op 22 april 2014 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen zonder nadere motivering.