Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 april 2014.
Hoge Raad
Het geschil betreft een medische aansprakelijkheidszaak tussen het Academisch Medisch Centrum (AMC) en een patiënt. Het geding in feitelijke instanties omvat vonnissen van de rechtbank Amsterdam en arresten van het gerechtshof Amsterdam, waarvan het arrest van 20 december 2011 aan het arrest van de Hoge Raad is gehecht.
Het AMC heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof van 20 december 2011, waarin het hof het ziekenhuis aansprakelijk hield voor een medische kunstfout. De verweerder heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is door advocaten toegelicht en de Procureur-Generaal heeft eveneens geadviseerd het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt verworpen en het AMC wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Academisch Medisch Centrum wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.