Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
25 april 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek van de moeder tot wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag. De rechtbank Middelburg heeft meerdere beschikkingen gedaan in deze kwestie, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 13 juni 2013 een beschikking gaf die de moeder niet bevredigde.
De moeder stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof. De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
De beschikking werd gegeven door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot op 25 april 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.