ECLI:NL:HR:2015:1062

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
14/06025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door A B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, zelf een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een belastingaanslag op personenauto's en motorrijwielen.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk was. De indiener van het beroepschrift in cassatie werd verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk van volmacht te overleggen, dan wel een verklaring van instemming van degene namens wie het beroep werd ingesteld. Ondanks een uitstel van de griffier is hieraan niet voldaan, en de ontvangen machtiging werd als ontoereikend beschouwd.

Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld en verklaart het niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 17 april 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige volmacht.

Uitspraak

17 april 2015
Nr. 14/06025
Arrest
gewezen op het door
[X]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 23 oktober 2014, nr. 13/00208, op het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 12/3055) betreffende een door [A] B.V. te [Q] op 18 november 2010 op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [A] B.V. te [Q]. Bij aangetekende brief van 10 december 2014, die de indiener van het beroepschrift in cassatie blijkens zijn brief van 15 januari 2015 heeft bereikt, heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener verzocht binnen zes weken na de dagtekening van deze brief een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht tot het indienen van het beroepschrift in cassatie over te leggen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld, dat deze daarmee instemt. De indiener van het beroepschrift in cassatie is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen.
Bij brief van de griffier van 20 januari 2015 is aan de indiener van het beroepschrift in cassatie nader uitstel verleend voor het indienen van de in de brief van de griffier van 10 december 2014 genoemde stukken, waarbij tevens is vermeld aan welke eisen een volmacht dient te voldoen.
Nu de indiener het geconstateerde verzuim niet heeft hersteld – de op 19 januari 2015 ter griffie ontvangen machtiging wordt als ontoereikend beschouwd - gaat de Hoge Raad ervan uit dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld, en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2015.