De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door A B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, zelf een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een belastingaanslag op personenauto's en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk was. De indiener van het beroepschrift in cassatie werd verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk van volmacht te overleggen, dan wel een verklaring van instemming van degene namens wie het beroep werd ingesteld. Ondanks een uitstel van de griffier is hieraan niet voldaan, en de ontvangen machtiging werd als ontoereikend beschouwd.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld en verklaart het niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 17 april 2015.