Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Perpignan, Frankrijk,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
17 april 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een Nederlandse koper en een Franse verkoper over de levering van tomaten onder het Weens Koopverdrag. De tomaten werden in Frankrijk geladen en via Nederland naar Moskou vervoerd, waar klachten over de kwaliteit ontstonden.
De rechtbank wees het merendeel van de vorderingen af, maar het hof liet bewijs toe dat tomaten bij belading al te oud waren. Later oordeelde het hof dat de tomaten in Nederland in goede staat waren en dat het risico op de koper overging bij overdracht in Nederland. Omdat onvoldoende was gesteld dat de tomaten tijdens het transport naar Moskou goed gekoeld waren, bleef de schade voor rekening van de koper.
De Hoge Raad vernietigt de arresten omdat het hof voorbijging aan de essentiële stelling van de koper dat de tomaten bij levering in Nederland al gebrekkig waren. Volgens art. 69 Weens Pro Koopverdrag is de verkoper aansprakelijk als de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt op het moment van risico-overgang. De Hoge Raad verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en oordeelt dat het hof de bewijswaardering en motivering onvoldoende heeft toegelicht.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arresten en verwijst zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste bewijswaardering en onvolledige motivering over verborgen gebrek.