Uitspraak
1.De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvragen tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvragen
5.Slotsom
6.Beslissing
21 april 2015.
Hoge Raad
De aanvrager werd door verschillende politierechters veroordeeld voor meerdere pogingen tot diefstal, waarbij gevangenisstraffen werden opgelegd, zowel voorwaardelijk als onvoorwaardelijk.
Na het indienen van aanvragen tot herziening stelde de Hoge Raad vast dat er sprake was van een persoonsverwisseling, een gegeven dat bij de oorspronkelijke berechting niet bekend was. Dit gegeven wekt het ernstige vermoeden dat de aanvrager, indien dit bekend was geweest, vrijgesproken zou zijn.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvragen gegrond verklaard moesten worden en dat de zaken opnieuw moesten worden berecht door het gerechtshof. De Hoge Raad volgde dit advies en besloot de zaken terug te verwijzen voor hernieuwde berechting, waarbij de tenuitvoerlegging van de vonnissen werd opgeschort of geschorst.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren buiten staat waren het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvragen gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaken terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.