ECLI:NL:HR:2015:1190

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 mei 2015
Publicatiedatum
30 april 2015
Zaaknummer
14/02669
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voorwaardelijkheid overdracht woning in echtscheidingsafwikkeling

In deze zaak stond de vraag centraal of een overeenkomst tussen echtelieden tot overdracht van een woning door de man aan de vrouw voorwaardelijk was aangegaan in het kader van de echtscheidingsafwikkeling.

De procedure begon bij de rechtbank Gelderland met uitspraken op 1 maart 2012 en 23 april 2013, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 februari 2014 een beschikking gaf. De man stelde beroep in cassatie in tegen het hofbesluit, terwijl de vrouw geen verweerschrift indiende.

De plaatsvervangend Procureur-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatie konden rechtvaardigen en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling speelden.

Daarom werd het cassatieberoep van de man verworpen en bleef het hofbesluit in stand. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Drion, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het hofbesluit bevestigd.

Uitspraak

1 mei 2015
Eerste Kamer
14/02669
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. B.J. van Dorp en mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 215024/VD RK 11-2048 van de rechtbank Gelderland van 1 maart 2012 en 23 april 2013;
b. de beschikking in de zaak 200.130.616 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
1 mei 2015.