Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 mei 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2014. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is op 12 mei 2015 gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, samen met raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.