ECLI:NL:HR:2015:1275

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
14/01728
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing loonvordering wegens schijnconstructie arbeidsovereenkomst

In deze zaak vordert eiser loon van Window Gard Safety & Sun B.V. wegens een vermeende arbeidsovereenkomst. De feiten en eerdere vonnissen van de kantonrechter en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijzen echter op een schijnconstructie, waarbij geen echte arbeidsovereenkomst is gesloten.

Eiser stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, terwijl Window Gard dit ontkent. Het hof heeft het standpunt van eiser verworpen en geoordeeld dat de overeenkomst een schijnconstructie betreft, waardoor geen loonvordering kan worden toegewezen.

Eiser stelt cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad verwijst naar artikel 81 lid 1 RO Pro en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Window Gard is verstek verleend en heeft geen proceskosten toegewezen gekregen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Drion en Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de loonvordering afgewezen wegens schijnconstructie.

Uitspraak

22 mei 2015
Eerste Kamer
14/01728
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi,
t e g e n
WINDOW GARD SAFETY & SUN B.V.,
gevestigd te Lelystad,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Window Gard.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 544482 CV 11-3879 van de kantonrechter te Lelystad van 27 april 2011, 11 april 2012 en 9 januari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.125.387/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 december 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het uitgebrachte herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen Window Gard is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Window Gard begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
22 mei 2015.