Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die op 1 april 2012 te Haarlem werd aangehouden wegens vernieling en zich verzet heeft tegen politieambtenaren met geweld en bedreigingen. Daarnaast werd hij meerdere keren beledigend jegens hen. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde hem schuldig aan deze feiten.
De verdediging voerde aan dat de verdachte voorafgaand aan zijn bewezenverklaarde gedragingen een klap van een agent had gekregen, hetgeen volgens hen de gedragingen verklaarde. Het hof verwierp dit betoog omdat het niet aannemelijk was en in strijd met de inhoud van de processen-verbaal, die elkaar op belangrijke punten ondersteunden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk heeft genomen en dat het verwerpen van het betoog van de verdediging terecht is. Daarnaast klaagde de verdachte over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat de Hoge Raad gegrond acht, maar zonder rechtsgevolgen omdat geen straf is opgelegd.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof wordt bekrachtigd behalve voor de strafoplegging en enkele feiten die naar het hof worden terugverwezen. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van die onderdelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, met terugwijzing voor hernieuwde berechting van enkele onderdelen.