Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 april 2014 in een strafzaak. De raadsman van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke zijn beoordeeld door de Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt, die tot verwerping van het beroep concludeerde.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd. Het arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, en uitgesproken op 26 mei 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.