ECLI:NL:HR:2015:1365

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2015
Publicatiedatum
28 mei 2015
Zaaknummer
14/01135
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • E.N. Punt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch over een naheffingsaanslag omzetbelasting. Eerder had de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Arnhem vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof in ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.

In het huidige cassatieberoep zijn twee middelen voorgesteld. Het eerste middel faalt op basis van de motieven die reeds in een gelijktijdig arrest (nr. 14/01134) zijn gegeven. Het tweede middel kan niet tot cassatie leiden omdat het reeds in het eerdere arrest is meegewogen.

De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch blijft in stand.

Uitspraak

29 mei 2015
Nr. 14/01135
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Gemeente Nijkerkte
Nijkerk(hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 23 januari 2014, nr. 12/00203, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting.

1.Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem (nrs. 09/00318 tot en met 09/00323) is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 27 april 2012, nr. 10/04040, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

3.1.
Middel 1 faalt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 14/01134 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
3.2.
Middel 2 wordt terecht voorgesteld. Het kan echter niet tot cassatie leiden, aangezien met het bedrag aan overdrachtsbelasting rekening is gehouden in het hiervoor in 3.1 bedoelde arrest.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens, C.B. Bavinck en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2015.