ECLI:NL:HR:2015:140

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2015
Publicatiedatum
28 januari 2015
Zaaknummer
14/03581
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 457 lid 1 aanhef en onder c Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag herziening wegens overtreding Wegenverkeerswet

De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een verstekvonnis van de kantonrechter te 's-Gravenhage, waarbij hij veroordeeld werd tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

De Hoge Raad beoordeelde of de aanvraag voldeed aan de voorwaarden van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, die voorschrijven dat een herziening alleen mogelijk is indien een nieuw, bij het eerdere onderzoek onbekend gegeven wordt aangevoerd dat ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het vonnis wekt.

De Hoge Raad oordeelde dat het aangevoerde niet voldoet aan deze criteria, aangezien het niet gaat om een nieuw gegeven dat tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een minder zware strafbepaling zou kunnen leiden. De aanvraag werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens gebrek aan nieuw, doorslaggevend gegeven.

Uitspraak

27 januari 2015
Strafkamer
nr. 14/03581 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, van 24 augustus 2012, nummer 96/105756-12, ingediend door mr. R. Müller, advocaat te Alphen aan den Rijn, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994" bij verstek veroordeeld tot hechtenis van twee weken.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

3.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2.
Het aangevoerde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. Daarbij verdient opmerking dat onder "een minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder valt niet de oplegging door de rechter van een andere (minder zware) sanctie.
3.3.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 januari 2015.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.