ECLI:NL:HR:2015:1402

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2015
Publicatiedatum
29 mei 2015
Zaaknummer
14/00364
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:42 lid 1 BWArt. 3:45 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak over recht van reclame en eigendomsvoorbehoud

In deze zaak stonden eiseressen en verweerders tegenover elkaar in een civielrechtelijk geschil dat betrekking had op koop en doorverkoop, met name het recht van reclame zoals geregeld in artikel 7:42 lid 1 BW Pro, en de toepassing van het eigendomsvoorbehoud en de pauliana (art. 3:45 BW Pro).

De procedure begon bij de rechtbank 's-Gravenhage met vonnissen in 2010 en 2011 en vervolgde bij het gerechtshof Den Haag met arresten in 2011 en 2013. Tegen het arrest van het hof van 3 september 2013 stelden eiseressen cassatie in bij de Hoge Raad, die tevens een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van verweerders behandelde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het voorwaardelijk incidentele beroep werd daardoor niet behandeld.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde eiseressen in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het oordeel van het hof bevestigd, waarmee de rechtspositie van verweerders werd gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

29 mei 2015
Eerste Kamer
14/00364
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
2. [eiseres 2],
beide gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseressen] en [verweerders]

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 361712/HA ZA 10-1008 van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 juni 2010 en 13 april 2011;
b. de arresten in de zaak 200.092.862/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 november 2011 en 3 september 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 3 september 2013 hebben [eiseressen] beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping en voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[eiseressen] hebben geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid althans tot verwerping van het incidentele beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft bij brief van 17 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 390,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op
29 mei 2015.