ECLI:NL:HR:2015:1483

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2015
Publicatiedatum
4 juni 2015
Zaaknummer
15/00431
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 lid 1 Wet vermindering afdracht loonbelastingArt. 30 lid 4 Wet vermindering afdracht loonbelasting
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake S&O-verklaring Wet vermindering afdracht loonbelasting

Belanghebbenden, twee besloten vennootschappen, stelden beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven betreffende besluiten op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen.

De Hoge Raad beoordeelde of het cassatieberoep gegrond was op grond van schending van wettelijke bepalingen omtrent begrippen zoals inhoudingsplichtige, aangiftetijdvak, loon, onderneming, fiscale eenheid en werknemer. Het beroep was echter niet ingesteld op deze gronden.

Daarom kon het beroep in cassatie niet slagen en verklaarde de Hoge Raad het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbenden toegekend.

Het arrest werd uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, op 5 juni 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

5 juni 2015
Nr. 15/00431
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1] B.V. en [X2] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
College van Beroep voor het bedrijfslevenvan 18 december 2014, nrs. 13/9 en 13/11, betreffende besluiten ingevolge de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (hierna: de Wet).

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden heeft tegen de uitspraak van het College beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De in cassatie bestreden uitspraak van het College betreft een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 23, lid 1, van de Wet. Beroep in cassatie tegen een zodanige uitspraak kan ingevolge artikel 30, lid 4, van de Wet worden ingesteld ter zake van schending van de artikelen 1 en 2 van de Wet met betrekking tot het bepaalde omtrent de begrippen ‘inhoudingsplichtige’, ‘aangiftetijdvak’, ‘loon’, ‘onderneming’, ‘fiscale eenheid’ en ‘werknemer’. Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van een zodanige schending. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.