ECLI:NL:HR:2015:1532

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2015
Publicatiedatum
11 juni 2015
Zaaknummer
14/04979
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over uitleg transportovereenkomst elektriciteit

In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst betreffende het transport van elektriciteit centraal. Stedin Netbeheer B.V. had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, dat eerder uitspraak had gedaan over een vermeende tekortkoming in de nakoming van deze overeenkomst door Windpark WO-ZU-XIX-WIND B.V.

De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Rotterdam en het arrest van het hof Den Haag voor het geding in feitelijke instanties. Het cassatieberoep van Stedin werd door de Hoge Raad verworpen, waarbij werd opgemerkt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden volgens artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad veroordeelde Stedin tot betaling van de kosten van het cassatiegeding, terwijl Windpark niet verscheen in cassatie. Hiermee werd het arrest van het hof bevestigd en bleef de uitleg van de transportovereenkomst zoals door het hof vastgesteld ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Stedin wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

12 juni 2015
Eerste Kamer
14/04979
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
WO-ZU-XIX-WIND B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Stedin en Windpark.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/10/397383/ HA ZA 12-233 van de rechtbank Rotterdam van 6 maart 2013;
b. het arrest in de zaak 200.129.486/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Stedin beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Windpark is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van Stedin heeft bij brief van 16 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Stedin in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Windpark begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
12 juni 2015.