Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 juni 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een faillissementsprocedure. De procedure betreft een steunvordering waarbij summierlijk het vorderingsrecht van verzoekster moest blijken.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het feitencomplex en de procesgang. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl verzoekster haar beroep heeft toegelicht via haar advocaat.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop verzoekster heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.