ECLI:NL:HR:2015:1661

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2015
Publicatiedatum
16 juni 2015
Zaaknummer
13/04720
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring amfetaminebezit

De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 436 kilo amfetamine in Stellendam in augustus 2009. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad onderzocht de motivering van de bewezenverklaring en oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte samen met anderen het genoemde amfetaminebezit had gehad. Hierdoor voldeed het arrest niet aan de eis der wet.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat deze geen aanleiding gaven tot rechtsontwikkeling of rechtseenheid.

De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 16 juni 2015. De zaak wordt nu opnieuw behandeld door het hof om de bewezenverklaring en strafoplegging adequaat te motiveren en te beoordelen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

16 juni 2015
Strafkamer
nr. S 13/04720
SG/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 april 2013, nummer 22/006184-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring onder 1.
2.2.
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 11 augustus 2009 tot en met 18 augustus 2009 te Stellendam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 436 kilo amfetamine (pasta), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I."
2.3.
Deze bewezenverklaring steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen zoals deze is samengevat in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.
2.4.
Aangezien de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte tezamen met anderen 436 kilogram amfetamine te Stellendam aanwezig heeft gehad, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.5.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Beoordeling van het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het vierde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 juni 2015.