ECLI:NL:HR:2015:1701

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2015
Publicatiedatum
23 juni 2015
Zaaknummer
13/05488
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen beslaglegging op dossiers onder Inspectie voor de Gezondheidszorg

In deze zaak stond een cassatieberoep centraal tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag betreffende beslaglegging op dossiers die onder de Inspectie voor de Gezondheidszorg vielen. De klager, een voormalig arts verbonden aan de Haagse CityKliniek, stelde dat een deel van de inbeslaggenomen stukken viel onder het afgeleide verschoningsrecht van de Inspectie.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de conclusies van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het beroep adviseerde. Het eerste middel werd zonder nadere motivering verworpen omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.

Het tweede middel klaagde over het oordeel van de Rechtbank dat een deel van de stukken niet viel onder het verschoningsrecht. De Hoge Raad volgde de motivering van de Advocaat-Generaal en verwierp ook dit middel, waarmee het beroep in cassatie werd afgewezen.

De uitspraak bevestigt dat het afgeleide verschoningsrecht van de Inspectie niet zonder meer geldt voor alle inbeslaggenomen stukken en dat de Rechtbank hier terecht een afweging heeft gemaakt. De beschikking van 16 juli 2013 blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beslaglegging op dossiers onder de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Uitspraak

23 juni 2015
Strafkamer
nr. S 13/05488 B
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 16 juli 2013, nummer RK 11/1435, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat een deel van de inbeslaggenomen stukken niet valt onder het van de klager afgeleide verschoningsrecht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
3.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.11 tot en met 6.13 kan het middel niet tot cassatie leiden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2015.