ECLI:NL:HR:2015:1713

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
14/05496
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep College Zeewolde tegen WOZ-beschikking en OZB-aanslag 2012

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2014. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het jaar 2012 betreffende een onroerende zaak te Zeewolde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van het College niet konden leiden tot cassatie. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarnaast werd het College veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hierbij werd rekening gehouden met samenhangende zaken volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het griffierecht werd vastgesteld op € 493 en de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand op € 163,33.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in aanwezigheid van waarnemend griffier F. Treuren, op 26 juni 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het College van burgemeester en wethouders van Zeewolde is ongegrond verklaard en het College is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

26 juni 2015
Nr. 14/05496
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 23 september 2014, nr. 13/00718, op het hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 12/4542) betreffende de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2012 gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Zeewolde voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 14/05452, 14/05488, 14/05493, 14/05495, 14/05500 tot en met 14/05502 en 14/05504 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een negende van € 1470, derhalve € 163,33, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2015.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde wordt een griffierecht geheven van € 493.