ECLI:NL:HR:2015:1717

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
14/05504
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond tegen uitspraak over WOZ-beschikking en OZB aanslag

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2014, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het jaar 2012 werd behandeld.

Het college voerde meerdere klachten aan in cassatie, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde het college in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende zaken volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren, en het college werd tevens griffierecht opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

26 juni 2015
Nr. 14/05504
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 23 september 2014, nr. 13/00722, op het hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 12/4549) betreffende de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2012 gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Zeewolde voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 14/05452, 14/05488, 14/05493, 14/05495, 14/05496 en 14/05500 tot en met 14/05502 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een negende van € 1470, derhalve € 163,33, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2015.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde wordt een griffierecht geheven van € 493.