ECLI:NL:HR:2015:1718

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
12/00575
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • E.N. Punt
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in douanerechtelijke zaak

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 22 december 2011, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem afwees. De zaak betrof een uitnodiging tot betaling van douanerechten.

De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en reageerde schriftelijk op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 juli 2014, dat relevant was voor de zaak. De Hoge Raad liet deze reactie echter buiten beschouwing omdat deze na de gestelde termijn was ingediend.

De Hoge Raad oordeelde dat het ingebrachte middel niet tot cassatie kon leiden en dat het niet noodzakelijk was om het middel nader te motiveren, aangezien het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen in de procedure.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is door de Hoge Raad ongegrond verklaard.

Uitspraak

26 juni 2015
Nr. 12/00575
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 22 december 2011, nr. 09/00311, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/1427) betreffende een uitnodiging tot betaling van douanerechten.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 juli 2014, gevoegde zaken Kamino International Logistics B.V. en Datema Hellmann Worldwide Logistics B.V., C‑129/13 en C‑130/13, ECLI:EU:C:2014:2041, BNB 2014/231. Nu de reactie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 26 juni 2015, nr. 10/02774bis, ECLI:NL:HR:2015:1666, onderdeel 2.2).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens, E.N. Punt en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2015.