Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 juni 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 4 februari 2014 in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel is genomen op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waarbij geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest uitgesproken op 30 juni 2015 door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen zonder nadere motivering.