Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
30 juni 2015.
Hoge Raad
De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juni 2014 in een strafzaak. Namens hem heeft mr. I.A. van Straalen een schriftuur ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft het standpunt van de Advocaat-Generaal overgenomen. De klachten van de betrokkene rechtvaardigen geen behandeling in cassatie, omdat hij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a RO en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken op 30 juni 2015 door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president W.A.M. van Schendel, met raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.