Uitspraak
[X], woonachtig te [Z], Verenigde Staten, en domicilie gekozen hebbende te
[Q](hierna: belanghebbende), tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 9 juli 2014, nr. 13/00633, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 11/3145) betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990 voor de door B.V. [A] verschuldigde vennootschapsbelasting voor het jaar 2002.