ECLI:NL:HR:2015:1847

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
9 juli 2015
Zaaknummer
15/01398
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot het WSNP op grond van goede trouw en hardheidsclausule

De zaak betreft een verzoeker die in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het verzoek tot toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) werd afgewezen. De rechtbank Noord-Holland had eerder een vonnis gewezen, waarna het hof het verzoek bevestigde. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en behandelt het cassatieberoep.

De advocaat-generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen, waarop de raadsheren van de Hoge Raad het cassatieberoep hebben beoordeeld. De klachten van de verzoeker zijn niet voldoende om tot cassatie te leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen.

Uitspraak

10 juli 2015
Eerste Kamer
nr. 15/01398
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het rekestnummer C/14/158776/FT EA 14/1124 van de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2015;
b. het arrest in de zaak 200.163.557/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 21 mei 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juli 2015.