Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 juli 2015.
Hoge Raad
De Nederlandse Ski Vereniging (NSV) stelde een cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin haar vordering wegens beroepsaansprakelijkheid van een advocaat werd afgewezen. De zaak betrof het niet tijdig leggen van beslag, waardoor volgens NSV schade was ontstaan. Het hof had dit beroep eerder verworpen.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de zaak en behandelt het cassatieberoep op basis van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Procureur-Generaal had voorgesteld het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, maar de rolraadsheer besloot dat het beroep ontvankelijk was en dat de zaak inhoudelijk behandeld zou worden.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Het beroep wordt verworpen en NSV wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Nederlandse Ski Vereniging wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.