Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 februari 2015.
Hoge Raad
Op 3 februari 2015 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 30 april 2014. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd bij schriftuur ingediend door zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, en uitgesproken in openbare terechtzitting. Hiermee is het beroep van verdachte definitief verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.