ECLI:NL:HR:2015:208

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2015
Publicatiedatum
3 februari 2015
Zaaknummer
14/03009
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437.2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Echter zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit oordeel gevolgd en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk omdat het wettelijke voorschrift niet is nageleefd.

Het arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 februari 2015 en betreft zaaknummer 14/03009. De beslissing houdt in dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege procedurele tekortkomingen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

3 februari 2015
Strafkamer
nr. 14/03009
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 november 2013, nummer 22/006204-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 februari 2015.