Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 februari 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Op 30 oktober 2009 vond een dodelijk verkeersongeval plaats op de kruising van de Kanaalweg en de Ravenstraat in de gemeente Epe. Verdachte reed met zijn auto over de Kanaalweg, een voorrangsweg, toen een bromfietser vanuit de Ravenstraat zonder voorrang te verlenen de kruising opreed en een botsing veroorzaakte. Het slachtoffer overleed aan de gevolgen van het ongeval.
Het hof sprak verdachte vrij van de subsidiaire tenlastelegging op grond van artikel 5 WVW Pro 1994, omdat verdachte geen gevaar op de weg had veroorzaakt of het verkeer had gehinderd. Het hof nam in zijn oordeel mee dat verdachte mocht vertrouwen op het voorrangsrecht en dat het slachtoffer onverwacht en zonder vaart te minderen de weg opruimde. Ook al reed verdachte mogelijk iets harder dan toegestaan, dit was niet van dien aard dat sprake was van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste opvatting had gegeven omtrent het begrip 'gevaar op de weg veroorzaken' en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was. Daarmee blijft de vrijspraak van verdachte in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen gevaar op de weg heeft veroorzaakt of het verkeer heeft gehinderd.