ECLI:NL:HR:2015:234

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2015
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
14/00468
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering ontbinding en ontruiming huur woonruimte

De zaak betreft een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woonruimte en herstel in de oude toestand. Eiseres stelde dat verhuurders aansprakelijk waren vanwege de feitelijke toestand van het gehuurde.

In eerdere instanties, waaronder het gerechtshof Amsterdam, werd het beroep van eiseres afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor het gedingverloop en de motieven.

In cassatie heeft eiseres aangevoerd dat het hof ten onrechte de kennis van de feitelijke toestand aan de verhuurder heeft toegerekend en dat de redelijkheid en billijkheid derogerende werking zou hebben. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, die nihil worden begroot aan de zijde van de wederpartijen. Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Snijders, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

6 februari 2015
Eerste Kamer
14/00468
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
1. [verweerster 1],
2. [verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en verweerders als [verweerster 1] en [verweerder 2].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1066332 CV EXPL 09-23638 van de kantonrechter te Amsterdam van 20 oktober 2009,
2 november 2010, 23 augustus 2011 en 23 oktober 2012;
b. het arrest in de zaak 200.121.957/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster 1] en [verweerder 2] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 21 november 2014 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] en [verweerder 2] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
6 februari 2015.