Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
1 september 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager schuldig werd verklaard voor het niet nakomen van de kwalificatieplicht, zonder strafoplegging. De aanvraag tot herziening is gebaseerd op een nieuw gegeven, namelijk dat de aanvrager bij beschikking van 31 oktober 2014 alsnog vrijstelling van de leerplichtambtenaar heeft gekregen voor de tenlastegelegde periode.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zou verklaren en de aanvrager vrijspreken. De Hoge Raad oordeelt dat het nieuwe gegeven, dat bij het eerdere onderzoek niet bekend was, een ernstige twijfel wekt over de eerdere schuldvaststelling en dat dit gegeven tot vrijspraak zou hebben geleid.
Om redenen van doelmatigheid laat de Hoge Raad de zaak niet terugverwijzen, maar spreekt zelf de aanvrager vrij van het tenlastegelegde. De eerdere vernietiging van het vonnis van de Kantonrechter blijft gehandhaafd.
De uitspraak is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren niet in staat waren het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad spreekt de aanvrager vrij van het tenlastegelegde wegens een nieuw gegeven over vrijstelling van de kwalificatieplicht.