ECLI:NL:HR:2015:2449

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2015
Publicatiedatum
1 september 2015
Zaaknummer
14/02752
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam in strafzaak

Op 1 september 2015 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2014. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, die door de Advocaat-Generaal zijn bestreden met een conclusie tot verwerping.

De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij is overwogen dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad van 9 juni 2015, geen nadere motivering nodig is omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen.

Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, als voorzitter, samen met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan. Het beroep is formeel verworpen en daarmee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam ongewijzigd in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

1 september 2015
Strafkamer
nr. S 14/02752
IC/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2014, nummer 23/002570-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat het tweede middel betreft, gelet op HR 9 juni 2015 ECLI:NL:HR:2015:1505, rov. 2.4 -, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 september 2014.