Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
1 september 2015.
Hoge Raad
Op 1 september 2015 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 mei 2014. De verdachte, vertegenwoordigd door mr. V.C. van der Velde, heeft een schriftuur ingediend ter onderbouwing van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gronden.