Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Hollands Kroon,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
4.Beoordeling van de middelen in het principale beroep
Ook daarin is immers vermeld dat de boedel (onder de in die brief genoemde voorwaarden) instemt met voortzetting van de procedure op naam van [eiseres]. De mededeling dat [eiseres] de kosten van de procedure dient te dragen en dat de boedel dan ook – waarmee klaarblijkelijk is bedoeld: in zoverre – niet als opdrachtgever van [eiseres] wordt beschouwd, brengt niet mee dat (toch) geen sprake kan zijn van lastgeving. Het antwoord op de vraag of sprake is van lastgeving om een procedure op eigen naam te voeren is immers niet afhankelijk van afspraken omtrent de daaraan verbonden kosten. Ook de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden dat CAV de vorderingsgerechtigdheid van [eiseres] in twijfel heeft getrokken en zich in eerste aanleg geconfronteerd zag met het in strijd met art. 21 Rv Pro achterhouden door [eiseres] van de brief van de curator waarin deze de cessieovereenkomst heeft vernietigd, kunnen het oordeel dat [eiseres] niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd niet dragen. Hierbij is mede van belang dat CAV met de brief van de curator van 12 december 2012 de zekerheid heeft verkregen dat zij, bij toewijzing van de vordering aan [eiseres], niet namens de boedel opnieuw zal worden aangesproken voor diezelfde vordering.
5.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijk incidentele beroep
4 september 2015.