ECLI:NL:HR:2015:2506

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2015
Publicatiedatum
10 september 2015
Zaaknummer
15/00011
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, een B.V., had tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en het Gerechtshof Amsterdam beroep ingesteld inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente over de periode 2006-2010.

In cassatie werd het beroep ingediend, maar de griffier van de Hoge Raad stelde belanghebbende bij aangetekende brief op de hoogte van de verschuldigdheid van griffierecht en gaf een betalingstermijn van vier weken. Dit griffierecht werd niet voldaan.

Vervolgens werd belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.

Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 11 september 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

11 september 2015
Nr. 15/00011
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Q]ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 27 november 2014, nr. 13/00741, op het hoger beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 31 oktober 2013 (nr. AWB 13/1313) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift in cassatie (hierna: de indiener) bij aangetekende brief van 19 februari 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief van 2 april 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. De indiener heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.