ECLI:NL:HR:2015:2532

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2015
Publicatiedatum
11 september 2015
Zaaknummer
15/01852
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1 Eerste Protocol EVRMArt. 17 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsanering zonder toepassing van de schone lei

In deze zaak stond de beëindiging van een schuldsanering zonder toepassing van de schone lei centraal. De verzoeker had tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en beoordeelt het cassatieberoep aan de hand van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet bijdragen aan de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt daarom verworpen.

Daarnaast is overwogen dat ambtshalve toepassing van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 17 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet aan de orde is.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsanering zonder toepassing van de schone lei.

Uitspraak

11 september 2015
Eerste Kamer
15/01852
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/02/11/1031 R van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 februari 2015;
b. het arrest in de zaak HR 200.165.841/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 april 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J. Wortel op
11 september 2015.