Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
10 februari 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de straf en vermindering daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel geen cassatiegrond oplevert en dat geen nadere motivering nodig is. Vervolgens stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Deze termijnoverschrijding leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, naar elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar elf maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.