Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende).
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 januari 2008 tot en met 30 september 2008 betwist. De Rechtbank te 's‑Gravenhage had in april 2011 uitspraak gedaan in het voordeel van belanghebbende. De Staatssecretaris van Financiën had vervolgens beroep in cassatie ingesteld tegen deze uitspraak, maar heeft dit beroep later ingetrokken.
Naar aanleiding van de intrekking verzocht belanghebbende de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten die zijn gemaakt voor de behandeling van het cassatieberoep, begroot op € 3.303,30. De Staatssecretaris heeft hiertegen een verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het procesdossier en de door partijen verstrekte gegevens. Gezien de omstandigheden achtte de Hoge Raad het redelijk om de Staatssecretaris te veroordelen tot betaling van een deel van de kosten, namelijk € 1.470 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest is uitgesproken op 18 september 2015 door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Van Loon en Van Kalmthout.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van € 1.470 aan proceskosten aan belanghebbende.