Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende).
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem over de omzetbelasting voor het tijdvak van 1 tot en met 31 december 2008. De Staatssecretaris van Financiën trok het cassatieberoep tegen deze uitspraak in. Vervolgens verzocht belanghebbende de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die zij had moeten maken voor de behandeling van het cassatieberoep, het bezwaar en het beroep bij de Rechtbank, tot een bedrag van €4165.
De Staatssecretaris erkende een vergoeding voor de kosten van het cassatieberoep, maar niet voor de kosten van het bezwaar en het beroep bij de Rechtbank. De Hoge Raad oordeelde dat alleen de kosten die redelijkerwijs zijn gemaakt voor het cassatieberoep in aanmerking komen voor vergoeding, omdat artikel 29f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zich niet uitstrekt tot kosten waarvoor al een vergoeding is toegekend of waarover al een beslissing kon worden verkregen.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris daarom tot betaling van €6247,50 aan proceskosten voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand in het cassatieberoep. Dit arrest werd uitgesproken op 18 september 2015 door de vice-president Overgaauw en raadsheren Van Vliet en Punt.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van €6247,50 aan proceskosten voor het cassatieberoep.