Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Steenwijk,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
18 september 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil over de vraag of er een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen eiser en de Stichting Samenwerking Voortgezet Onderwijs in de Regio Steenwijk, Weststellingwerf en Westerveld. Eiser heeft tegen de Stichting een procedure gevoerd bij de kantonrechter en het gerechtshof, waarbij het hof het geschil heeft beslecht.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 augustus 2014. De Stichting is in cassatie niet verschenen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de Stichting nihil worden begroot.
Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof over de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst en sluit het geding definitief af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.