ECLI:NL:HR:2015:2799

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2015
Publicatiedatum
24 september 2015
Zaaknummer
15/02837
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot herziening arrest Hoge Raad

De zaak betreft een verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2014, ingediend door belanghebbende. De Hoge Raad heeft dit verzoek beoordeeld op ontvankelijkheid en geconcludeerd dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat het verzoekschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat zoals vereist op grond van artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Hoge Raad heeft, na overleg met de Procureur-Generaal en op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het verzoek niet tot een inhoudelijke behandeling of herziening van het eerdere arrest kan leiden.

Het arrest is op 25 september 2015 in het openbaar uitgesproken door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, samen met raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

25 september 2015
Nr. 15/02837
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 11 juli 2014, nr. 14/00449, ECLI:NL:HR:2014:1671.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2015.