ECLI:NL:HR:2015:2820

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2015
Publicatiedatum
24 september 2015
Zaaknummer
15/03946
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centraal Tuchtcollege niet-ontvankelijk

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Dit beroep betrof een hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit wettelijk is toegestaan. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen uitspraken van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg toestaat.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens zijn geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en M.E. van Hilten en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

25 september 2015
Nr. 15/03946
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorgvan 23 juni 2015, nr. C2014.297, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven van 14 juli 2014, nr. 1460.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2015.